Spoor- en tram op smalfilm en video

Van ruw beeld naar DVD

Deze pagina is alleen interessant voor diegenen die willen weten hoe een Super-8 film (of een HD videotape) uiteindelijk op een DVD belandt. Anderen kan ik alleen maar aanraden zo snel mogelijk naar een andere pagina te gaan... Dit is een kijkje in 'mijn' keuken. Welke gereedschappen ik voor welke doelen gebruik. Alles kan ook anders, en niets is heilig. Zo werkt het voor mij, en dat zegt niet dat er ook maar één sterveling is voor wie hetzelfde evenveel voldoening geeft. Maar: bij interesse, probeer het uit. Of neem contact op voor meer details dan ik hier kwijt kan!

Er zijn drie afzonderlijke delen waar onderscheid tussen gemaakt kan worden:

Wat volgt zijn geen technisch uitputtende verhalen, maar meer mijn ervaringen met het medium. Het is meer de geschiedenis van mijn filmverleden tot en met het op DVD verschijnen dan een naslagwerk. Wie interesse heeft in meer details kan me altijd mailen.

Super-8 Film
Mijn keuze voor Super-8 indertijd is bepaald door enerzijds gemak (een camera met opsteekmicrofoon was aangenaam klein) en anderzijds prijs (in de tijd dat ik begon konden redelijke camera's voor een appel en een ei worden gekocht). De films zelf waren drmatisch duur. Wie nu met video werkt (voor een paar Euro een uur tape!) moet even meerekenen: een vijftien-meter Super-8 geluidsfilm ging voor zo'n 35 gulden. Mijn besluit om met 24 beelden per seconde te werken ('normaal' was 18, maar ik vond het kwaliteitsverschil de moeite waard) betekende dat die vijfien meter twee minuut vijfenveertig film opleverde. Na montage nog eens zo'n tien procent minder. Een uur film was zo ruim 800 gulden! En altijd moest worden opgelet hoe ver de film al op was als er een wat langer shot aan kwam... Het was een stuk moeilijker werken dan tegenwoordig!

Mijn filmmateriaal kwam van Kodak, Agfa, Perutz en (net over de Duitse grens) Porst. Perutz was Agfa in een ander jasje, en was de meest betaalbare. Ook Porst was Agfa, en toen Perutz er niet meer was was dat (even) een goed alternatief. Verder had ik meestal Agfa-materiaal, omdat dat uiteraard goed mengde met de andere twee. Kodak film oogt volledig anders (tikje minder contrast, wat vaak een voordeel is, wat minder korrel en zachtere kleuren). Maar helaas, veel duurder - en in die tijd was dat voor mij doorslaggevend. Een enkele keer heb ik de hooggevoelige film gebruikt (160 ASA tegen de normale 40), maar dan was de korrel wel erg extreem, en mengen met 'gewone' film werd niet zo fraai.

Mijn eerste camera was eenvoudig, maar deed het goed en ging lang mee (een Sankyo 420). Daarna volgde een Canon 814 (die was slecht), en twee Bauers (715) die het helaas niet erg lang volhielden. Toen kwam de pauze tot ik digitaal ging in 2008.

Als in deze tijd Super-8 films (of wat voor amateurfilms op celluloid-basis dan ook) op een DVD belanden, dan gaat het bijna altijd om films die al een afgemonteerd produkt zijn. En veelal zijn ze al oud tot zeer oud, met alle gevolgen van dien. Films kunnen verstoft, verkleurd, bij projektie beschadigd, bekrast of beschimmeld zijn. Filmlassen (nat - dat is gelijmd, of droog - dat is met plaktape) kunnen een bron van ellende zijn. Voor dat aan opnemen op de computer kan worden gedacht moet de film in een zo goed mogelijke conditie worden gebracht.

Als het zo ver is om de film over te gaan zetten op de computer zijn er verschillende methoden. Mijn dringende advies is om op dit moment niet aan verkeerde bezuiniging te doen. Videocamera's voor voorzetschermpjes bij de projector - het kan allemaal wel maar het heeft grote beperkingen. De ernstigste zijn dat

  • er geen synchronisatie is tussen de projector en de camera, waardoor er geen 1 op 1 verhouding is tussen een beeldje in de film en een beeldje op de computer. Elk computerbeeldje is een mix van twee naast elkaar gelegen filmbeeldjes.
  • het midden van het beeld veel lichter wordt opgenomen dan de zijkanten (hot-spot genoemd, in wezen een extreem geval van vignettering).

Om het goed te doen, en geen vergeefse moeite te stoppen in verder bewerken van films die niet goed genoeg zijn gekopiëerd, is er maar één methode die in aanmerking komt: uitbesteden. Daar zijn ook valkuilen. In veel gevallen gebeurt het ook dàn met een doorzichtscherm, dus dat helpt niet. Goede resultaten zijn alleen met scannen te krijgen. En optimale alleen met zg. wet-gate scannen. Daarbij wordt de film tijdens het scannen door een vloeistof geleid. Dat heeft twee effecten. Ten eerste is het een vloeistof met dezelfde brekingsindex als het basismateriaal van de film. Als er op de (niet-emulsie-)kant van de film krassen zitten (bij projectie als kabels zichtbaar) verdwijnen die daardoor volledig. Ten tweede zetten de emulsiekristallen een tikje uit waardoor ook krassen aan de emulsiekant verminderen.

Er zullen zonder twijfel diverse bedrijven zijn die uitstekend presteren. Mijn ervaring is met Moving Memories in Delden, waar uiterste zorg is besteed, en waar plaats is voor individuele wensen. Daar zijn al mijn films gescand, en op het resultaat was helemaal niets aan te merken.

Niet dat de resultaten nou geschikt waren om direct op DVD te zetten. Allerminst! De complete films met alle imperfecties (vlekjes, kleurafwijkingen, schommelende camera, korrel, trillende beelden) waren heel natuurgetrouw beschikbaar gemaakt. Wie had bijvoorbeeld gedacht dat 25 jaar oude Agfafilm zo blauw zou zijn geworden... Nee, er moest op de computer nog een hoop gebeuren! Meer daarover na een vergelijkbaar verhaal over video-opnames.

HD Video
Net als met de Super-8 camera is er al heel wat aan keuzes te maken voor de eerste opname er komt. Wat voor resolutie is een goede keus? (antwoord: zo hoog mogelijk; kleiner maken kan altijd nog). Hoe gaat het met het geluid - de ingebouwde microfoon, een opsteekmicrofoon of losse? (antwoord: een kwestie van afweging; de in de Cnon HV20 ingebouwde microfoon pikt veel camerageluid op, maar is niet slecht; de opsteekmicrofoon van Canon is veel beter, maar mono; losse microfoons zijn het beste, maar kosten veel tijd om op te stellen en in te stellen - mijn keus viel op de opsteekmicrofoon). Wat voor camerainstellingen zijn het beste? (antwoord: experimenteren, experimenteren en nog eens experimenteren - en wel lang voor de eerste serieuze opname wordt gemaakt).

Digitale video ontstond in de tijd dat Personal Computers al gemeengoed waren. Dat maakt het traject van video-opname tot computerbestand aanzienlijk eenvoudiger. Zou je denken. Maar helaas doen camerafabrikanten niet echt hun best om dit makkelijk te maken. De Canon HV20 die ik gebruik, bijvoorbeeld, heeft dan wel een USB aansluiting, maar... daar kunnen alleen met de videocamera gemaakte foto's mee worden overgehaald naar de computer. Wie de filmopnames wil overhalen kan dat alleen via de Firewire-verbinding (niet USB!), en alleen met software waar Canon niets mee te maken heeft. Een bizarre toestand. Gelukkig is er het programma HDVsplit, en dat doet zijn werk prachtig. Na gebruik van HDVsplit staan alle opnamen als afzonderlijke bestanden op de harde schijf. Nog is het leed niet geleden. Want ze blijken in een bestandstype ' .m2t' te zijn opgeslagen, waar bijna geen programma mee uit de weg kan. Opnieuw moet de wereld van de gratis hobbysoftware uitkomst bieden: met MPEG StreamClip kunnen de m2t-files probleemloos omgezet worden in ' .avi'-files, en dan zijn we eindelijk waar we wezen moeten. Want, zoals ook bij Super-8 al gemeld, met een avi-file kunnen bijna alle video-editingprogramma's uitstekend uit de weg. Ja, er zijn talloze valkuilen (avi is een verpakking voor een veelheid aan eigenlijk verschillende formaten) maar als de (gratis codecs) ffdshow en divx zijn geïnstalleerd is het erg onwaarschijnlijk dat deze weg niet werkt.

Filmbewerking op de computer
De films staan nu op de computer, maar... er is nog ver te gaan voordat er sprake is van een produkt dat het aankijken waard is. Alles hangt af van de hoeveelheid moeite die de maker bereid is er in te steken. Aan de techniek zal he niet ligen, want enorm veel problemen en probleempjes zijn, met de juiste software, op te lossen. Waar het wel aan ligt, is waarschijnlijk in de meeste gevallen: tijd. Daarom is onderstaande opsomming misschien bruikbaar als inspiratie - om naar smaak uit te kiezen wat wel, en wat misschien minder de moeite is voor een bepaalde film.

Verreweg de meeste technieken zijn gebaseerd op twee methodes. De eerste is het gebruik van de (gratis) pakketten VirtualDub (en/of VirtualDubMod; ze overlappen grotendeels) en AviSynth. VirtualDub(mod) kan films inlezen, er programmagestuurde bewerkingen op loslaten, en weer opslaan. Er zijn heel veel plug-ins voor beschikbaar die een veelheid aan functies ter beschikking stellen. AviSynth is een onwaarschijnlijk krachtige programmeertaal, die wel wat inleren vereist, maar bewerkingen mogelijk maakt waar veel professionele pakketten alleen maar van kunnen dromen. De tweede is het gebruik van 'gewone' fotobewerkingssoftware (zoals mijn favoriet Photoshop) in batch-mode (aangemaakte 'actions' gedraaid onder 'scripts=>image processor'), waarvoor eerst de te bewerken film gesplits wordt in de afzonderlijke plaatjes.

Titels - Een film is niet echt af als de titels er niet zijn. Veel videocamera's bieden mogelijkheden, en veel gescande films zullen al titels hebben. Als er nieuwe titels toegevoegd moeten worden is via AviSynth met de 'subtitle' functie geen wens onmogelijk.

Uitsnede - Zowel met AviSynth als met een fotobewerkingsprogramma kan in de originele film waar nodig worden ingezoomd. Dat storende springende hondje aan de rechterbeeldrand kan zomaar worden weggehaald! Al te ver inzoomen kan natuurlijk niet; het kost resolutie (pixels) dus al vrij gauw wordt het resultaat blokkerig.

Perspectief - Het is een bekend verschijnsel. Om het hele gebouw erop te krijgen werd de camera iets opgetild, ennu lijkt het achterover te vallen. Geen nood meer - via fotobewerking is elk plaatje van dezelfde correctie te vorzien, en het gebouw komt weer overeind. Dit loopt mis bij tilts en bij zoombewegingen! Daar blijft het tobben.

Contrast en helderheid - Met kleurcorrectie wel de meest elementaire van de verbeteringen. Met het fotobewerkingsprogramma is contrast en helderheid zonder al te veel moeite optimaal te krijgen. Dat donkere stuk in de film is opeens helemaal niet meer donker! Als tijdens de opname de instellingen anders moeten worden is er ook geen nood. Het hele fragment wordt één keer voor de ene, en één keer voor de andere stand bewerkt. Een heel klein AviSynth script zorgt dat de twee met prachtige overvloeiers aan elkaar worden gehangen.

Kleurcorrectie - De grote vijand van film: verschuivingen in kleurtemperatuur. Een opname tegen zonsondergang gemonteerd direct na een opname van 's middags, het bijt. Net als met contrast en helderheid is dit met fotobewerking een peuleschil. Virtualdub heeft ook filters voor dit werk (en er zijn ook nog plug-ins voor te krijgen), maar de resultaten met fotobewerking heb ik altijd veel beter gevonden. Lastig trouwens als je, zoals ik, kleurenblind bent. Alle resultaten moeten door iemand zonder die kwaal worden beoordeeld...

Scherpte - Een nèt niet scherpe opname kan voldoende verbeterd worden om toch opeens de kwaliteitscontrole te doorstaan. Opnieuw is de fotobewerkingssoftware de aangewezen plaats. Meestal zijn er veel verschillende manieren van verscherpen, met eindeloze reeksen instellingen. Experimenteren en kritisch blijven is noodzaak. Over het algemeen heb ik met Unsharp Mask de beste resultaten gehaald.

Korrel/ruisonderdrukking (1) - Korrel (film) en ruis (video) zijn weliswar heel verschillend van karakter, maar de bestrijding binnen VirtualDub/AviSynth is dezelfde. Gezocht moet worden naar plug-ins die gebouwd zijn om 'temporal noise' te bestrijden. Dat houdt in dat beeldjes vergeleken worden met een instelbaar aantal buren, waarna achterliggende intelligentie kijkt of er door korrel of ruis veroorzaakte afwijkingen kunnen worden weggehaald. Dit werkt verbluffend goed. Te zoeken is naar plugins met 'depan' in de naam.

Korrel/ruisonderdrukking (2) - Als alternatief kan ook hier de fotosoftware weer worden ingeschakeld. Speciaal ontwikkelde plug-ins als Noise Ninja doen wonderen (zij het niet gratis), ook in batch-mode.

Vignettering - Vignettering is het effect (soms moedwillig toegevoegd!) dat het beeld aan de randen donkerder is dan in het midden. Ook hier kan de fotobewerkingssoftware weer uitkomst bieden. Het niet-gratis (maar wel goedkope) pakket PTLens doet het fantastisch.

Zwarte puntjes, vlekken - Hoe ouder de film video heeft dit niet), hoe groter het probleem: vastgeraakte minuscule stofdeeltjes komen als een hagelstorm van zwarte puntjes en haartjes in de film terug. Het goede nieuws: als de eerste methode van korrel/ruisonderdrukking is gevolgd, is 99,9% van dit probleem automatisch mee opgelost! Voor het restant moet de fotobewerkingssoftware weer van stal worden gehaald, en moeten de ergste stukken met een 'clone'-gereedschap worden gefixed. Dat gaat meestal het best via het beeldje ervoor of erna.

Beeldstabilisatie (knipperen) - Dit is een effect waar bij film relatief vaak problemen optreden. Super-8 filmcassettes hadden een vrij akelig ontwerp, omdat de spoelen naast elkaar lagen. Dat zorgde ervoor dat de film enigszins scheef geleid moest worden, en sommige cassettes liepen nogal stroef. Als het filmtransportmotortje er nogal hard aan moest trekken, werd het maar al te snel een beetje onregelmatig, met als gevolg dat het ene beeldje net niet exact even lang belicht werd als het andere. Knipperen was het gevolg. Zelf had ik een aantal dramatische gevallen, die het aankijken eigenlijk niet waard waren. Via VirtualDub(mod) en AviSynth is er een plug-in bereikbaar die deflicker heet. De naam zegt het al, en hij doet zijn naam eer aan. Het kan wat uitzoekwerk zijn om de juiste instellingen te vinden, maar als die er eenmaal zijn wordt deze vorm van knipperen volledig, echt totaal volledig, geëlimineerd. Een zegen!

Beeldstabilisatie (digitaal statief) - Misschien wel het meest indrukwekkende tool van allemaal. Al mijn films zijn uit de losse hand opgenomen. Niet omdat ik ooit dacht dat dat het beste was, maar omdat het meesjouwen van een statief me gewoon te lastig was. Het onvermijdbare gevolg was dat er altijd wel enige camerabeweging was (hoe meer tele, hoe ernstiger). En die camerabewegingen kunnen weggehaald worden op een manier die eigenlijk ongelooflijk is. Het is weer een plug-in voor VirtuaDub(Mod) en AviSynth. Deze heet deshaker. En hoe geniaal hij ook is, hij is gratis. Een waarschuwing is op zijn plaats. Er zijn heel, heel veel instellingen die gedaan kunnen worden, en het vinden van de juiste kan lastig zijn. Maar als het niet lukt zit er een hobbyist achter die met het grootste plezier ulp verleent tot het werkt. En als het eenmaal werkt... Het probleem is bekend; stel er is een tele-opname van een husje in de verte gemaakt, uit de hand. In de film lijkt het huisje op en neer en heen en weer te bewegen. Wat de plug-in doet, is alle losse beeldjes op elkaar leggen, zodanig dat de huisjes precies op elkaar liggen. De stapel wordt dan dus onregelmatig; sommige plaatjes steken uit ten opzichte van andere. Maar als de randen dan worden afgesneden en de plaatjes weer als film worden bekeken staat het huisje opeens stil als een... huis. De prijs is dat aan de randen wat beeldmateriaal verloren gaat. Maar er zitten ook trucs in om dat zoveel mogelijk te beperken. Dit is een geniaal stukje werk, en 19 van de 20 opnamen worden probleemloos stilgezet.

Ontkabelen - Dit is één van de lastigste vormen van beschadiging. Bij video komt het niet voor, maar bij film des te vaker. De verticale strepen over het scherm die zo af kunnen leiden. Zeker als ze ook nog heen en weer springen... Een 100% oplossing voor alle gevallen is er helaas niet. Met een hele hoop geduld kan er via handwerk vaak een hoop worden verbeterd (met een fotopakket als photoshop is 'content aware fill' een goede optie als de kabel in een zo klein mogelijke selectie kan worden gevangen. Maar helaas is het resultaat, ondanks alle moeite, soms nog moeilijker om aan te zien dan het origineel. Dit blijft tobben. Nog een geluk dat er wet-gate scannen bestaat, waardoor al zoveel mogelijk kabels bij de bron worden vermeden!

Commentaar - Zeker documentaires, mijn genre, kunnen niet zonder commentaar. Er zijn een paar vereisten, maar alles wat ik hier noem heeft eigenlijk niets met het verbeteringsproces te maken - tenzij commentaar opnieuw wordt gedaan. Wat is nodig? Een goedlopende tekst in correct Nederlands, die, op een normaal tempor gesproken, precies is afgeregeld op de beelden. Een goede spreekstem. En een spreker die niet struikelt over de tekst. Als de tekst de spreker niet ligt, moet de tekst om. Een stille ruimte om absoluut zonder omgevingsgeluiden de tekst te kunnen opnemen. Degelijke opnameapparatuur, en de mogelijkheid om de opname over te zetten naar de computer. Rechtstreeks op de computer opnemen kan ook - er is voldoende (gratis) software om dat voor elkaar te krijgen.

Geluidsmontage - De mix van muziek, live-geluid en commentaar was vroeger, in de analoge tijd, een heel gezwoeg. Tegenwoordig is het maar een handomdraai om geluidsniveau's op elkaar af te stemmen, fades te maken, ruis te onderdrukken, tijd op te rekken of in te krimpen zonder dat de toonhoogte verandert - noem maar op. Een aanrader: het gratis pakket Audacity, dat dit allemaal fantastisch kan. Om beeld en geluid weer met elkaar te combineren biedt opnieuw VirtualDub(Mod) met AviSynth zijn diensten aan.

DVD structuren - Was een DVD maar een collectie AVI-files op een schijfje. De werkelijkheid is veel ingewikkelder, en om van films tot DVD-structuur te komen (mogelijk inclusief menu) is een zg. authoring-programma een absolute noodzaak. In dit geval heb ik niet een gratis oplossing gekozen, maar een heel prettig werkend product: MPEG Video Wizard DVD. Het doet alles wat ik wil.

DVD vermenigvuldigen - Als de oplage van de DVD groter dan een stuk of tien exemplaren dreigt te worden, is het al gauw de moeite waard om het internet af te struinen op zoek naar bedrijven die de vermenigvuldigingsfunctie aanbieden. Vanaf een stuk of 500 kunnen èchte DVDs qua prijs interssant worden; voor kleinere aantallen zal het DVD-R moeten zijn. Met hoesje, 4-pagina drukwerk, buitenetiket en DVD-label, inclusief branden en verpakken in cellophaan hoeft dat geen drie Euro per stuk te kosten. Dan is alle moeite van het zelf doen al gauw teveel, zeker als het er, door een serieus bedrijf gedaan, ook nog eens veel professioneler uitziet!

Tenslotte: er zijn nog een paar belangrijke waarschuwingen te geven. Het is van belang om de optimale volgorde uit te zoeken van alle stappen die genomen worden. Een verkeerde volgorde kan enorme invloed hebben op de kwaliteit van de uiteindelijke film. En ook heel belangrijk is dat zoveel mogelijk stappen gecombineerd worden uitgevoerd. Elke keer dat een jpg-file gelezen en weggeschreven wordt, tredt er (fors) kwaliteitsverlies op. En voor elke keer dat een videofragment door een encoder gaat geldt hetzelfde. Dus dat moet zo min mogelijk gebeuren, òf er moeten verliesvrije formaten worden gebruikt (tiff in plaats van jpg, en ongecomprimeerde video). Een paar extra harddisks kunnen dan geen kwaad!

Ruim 25 jaar trams naar Nieuwegein